Thematentoonstelling 2011
In het seizoen 2011 is het thema van de tentoonstelling:
DE 12 MAANDEN VAN HET JAAR
Op de zolder van de ontvangstruimte van het museum wordt aan de hand van tekeningen, plaatjes en teksten verbeeld en verteld wat er vroeger (en in enkele gevallen ook nu nog) in de 12 maanden van het jaar gebeurde. Wat er werd gevierd en hoe dat gebeurde. Hieronder alvast een overzicht.
JANUARI
- 1 januari: Nieuwjaarsdag. Wafels bakken, naderhand ook
oliebollen. - 2 januari: Teutentaere. De teutenfamilies kwamen samen om te vieren dat er in het afgelopen jaar goed was verdiend. Goed eten en drinken: teut worden.
- 6 januari: driekoningen. Een feestdag die vroeger belangrijker was dan kerstmis. Wie de boon vond in zijn plak koek was die dag koning. Later werd dit een kinderfeest.
- Maandag na driekoningen: verloren maandag. Laatste van de joeldagen, een vrije dag voor iedereen. Langs de deur gaande diensboden en sjouwers moest men een “koperken”, een munt schenken.
- 17 januari: St. Anthonius abt. Ter ere van hem werd een varken geslacht en het vlees onder de armen verdeeld.
- 20 januari: St. Sebastianus, patroon van veel schutterijen die op deze dag hun “teerdag” houden.
Werk op de boerderij gedurende januari: Dorsen met de vlegel. Bossen uitdunnen en dit (brand)hout mee naar huis nemen. Hiervoor waren voor iedereen – na aanvraag – de gemeenschappelijke bossen toegankelijk (tot kort voor de Tweede Wereldoorlog). Verrichten van herstelwerkzaamheden aan ondermeer machines.
FEBRUARI
- 2 februari: Maria Lichtmis, aangeroepen ter afwering van de pest.
- Eerste maandag in de vasten: blauwe maandag, feest van de handwerkslieden. Begonnen wordt met een H. Mis, daarna drinken en tieren tot je niet meer kan.
- 14 februari: St. Matheus: Sint Mathijs breekt het ijs. (Op Sint Matthies speult de kater mit de mies, en op Sint Laurens nag ens).
- Ook op 14 februari: Valentijnsdag.
- Vastenavond: met de foekepot langs de deur.
- Aswoensdag: assekruisje halen. Na aswoensdag mochten de vrouwen niet meer in de herberg komen (nette meisjes zowiezo niet).
Werk op de boerderij in ferbruari: zaai en pootplan opstellen. Jaarvergaderingen van de Boerenbond, de Boerinnenbond en van de Veiling. In huis: spinnen, weven, breien, borduren, werken aan de uitzet.
MAART
- Begin maart: de potstal wordt leeg gehaald, de mest naar het land gebracht en daar met de riek verdeeld (gebroken). Zwaar werk. Ploegen en eggen. De vroege aardappels poten. Als het weer het toelaat: het vee naar de wei, anders later. Ook de varkens gaan naar buiten, behalve de zeug met biggen. Moestuin inzaaien.
- 17 maart: einde spinseizoen.
- 19 maart: St. Job (Josef), de bonen moeten gepoot zijn.
- 21 maart: de dag en de nacht zijn twaalf uur lang. De herder trekt voor het eerst met zijn kudde naar de hei.
Op het gepachte veldje in de Peel turf steken en te drogen leggen voor de komende winter.
APRIL
- 1 april zou Judas geboren zijn. Men mag die dag elkaar beet nemen.
- Begin april: bewaaraardappelen poten, boekweit inzaaien en mais poten. Midden april: de zwaluwen komen terug. Doodt er geen, dit brengt ongeluk. De vroege aardappelen aanaarden.
- 20 (of 21) april: 100e dag van het jaar: vlas inzaaien. In de tuin de dalia’s poten.
- Vóór Pasen: grote schoonmaak.
- Zondag vóór Pasen: palmzondag. Wijwater halen in de kerk. In de kerk gewijde buxustakken mee naar huis nemen en achter het kruisbeeld steken. Ook op de graven van de overledenen.
- De week vóór Pasen: de Goede (of stille) week. Alles proberen te doen zonder onnodig lawaai.
- Goede vrijdag: alles moet stil zijn. De smid mag die dag het aambeeld niet gebruiken. Vasten en onthoudingsdag (géén sex).
- Paaszaterdag: de klokken komen terug uit Rome en brengen eieren mee. Er wordt een vet lam geslacht: jong vlees als teken van nieuw leven.
- Pasen. De zomerkleding gaat aan (al is het nog zo koud). De kachel gaat naar de zolder. Eieren eten (verboden in de vasten). Eitje tik.
- Tweede paasdag: nieuwe dienstbetrekking aanvaarden.
- Einde april: begin aspergeseizoen.
MEI
- 1 mei: bij de deur van huwbare meisjes wordt een versierde
berken- of dennentak neergezet. In sommige dorpen wordt een meikoningin gekozen. Planten van de meiboom. - 12,13 en 14 mei: de ijsheiligen.
Op het land begint het schoffelen tegen onkruid, ook op de graanvelden. Koolplanten verspenen. Bieten op één zetten. Asperges steken, koelen, wassen, afsnijden en sorteren. Lange dagen. Gras maaien en inkuilen. De kuikens komen uit het ei en de kat krijgt jongen.
- Pinksteren: in sommige dorpen wordt de kerkvloer bestrooid met bloemen. Pinksterbloem: een klein wit gekleed meisje wordt door de vriendinnen langs de huizen van de notabelen gevoerd waar zij lekkernijen krijgen. De pinksterbloem moet zwijgen.
JUNI
Het aspergeseizoen in volle gang. Schoffelen en wieden van de akkers (pijnlijke knieën!). In de tijd van het drieslagstelsel werd de braakliggende grond geploegd. Kersen en bessen oogsten voor de veiling, inwecken. Heggen snoeien en staakbonen leiden. Op de langste dag de Chrysanten (voor allerheiligen) korten. Spurry inzaaien op het stoppelveld.
- 21 juni: einde aspergeseizoen. De schapen dienen geschoren te zijn. Nieuwe aardappelen eten met erwtjes en worteltjes uit de tuin.
JULI
- 23 juli tot 23 augustus: de hondsdagen.
Hooien en oogsten: lange dagen. Het gemaaide gras omkeren en na drogen op oppers zetten. Naderhand binnenhalen of onder de kapberg opslaan. De wintergranen maaien, naderhand de zomergranen. De opgroeiende kuikens: de haantjes scheiden van de hennetjes en in een apart hok vetmesten. Inwecken van groente en fruit. Laatste zondag in juli is Maaierszondag. In diverse plaatsen is er dan het oogstfeest.
AUGUSTUS
De Grote Vakantie, ingesteld om de kinderen in de gelegenheid te stellen om mee te werken op het land zodat om die reden de school niet verzuimd hoefde te worden. De bijenkorven gaan naar de hei. Bonen worden geoogst. Het laatste hooi binnengehaald.
SEPTEMBER
Tijd van de hand- en spandiensten. Appel- en perenoogst.
- 17 september: Aanvang spinseizoen.
- 22 september 12 uur dag en 12 uur nacht.
- 30 september: de boekweit en de aardappelen moeten geoogst zijn.
Inkuilen van mangelwortelen, aardappelen en voerwortelen. Zuurkool maken. Laatste bonenoogst: inleggen in zout, inwecken. Begin van de bietenoogst, inkuilen van het groen voor veevoer. Kunstlicht in het kippenhok, anders gaan de kippen van de leg!
OKTOBER
De stallen worden gekalkt voordat het vee weer binnen komt (kalk desinfecteert). Mais plukken en te drogen leggen in de maisschuur. De in de Peel gestoken turf wordt naar huis gehaald.
- 16 oktober St. Gallatius: met sint Gal de koeien op stal. In de praktijk liet men het vee – als het weer het toeliet - zo lang mogelijk buiten. Dit spaarde kuilvoer.
- 18 oktober St. Lucas: het winterkoren moet gezaaid zijn.
- 21 oktober St. Ursela: de oogst moet nu toch echt wel binnen zijn.
De dieren, eenmaal op stal moeten twee keer daags gevoerd worden met kuilvoer o.d. In de potstal tijdig stro en/of plaggen strooien. In het kippenhok twee keer per dag eieren verzamelen. Dagelijks de kippenpoep opruimen.
NOVEMBER
- 1 november: St. Andries. Verlengen van het pachtcontracht, afdragen van het pachtgeld. Allerheiligen, in de kerk een belangrijke feestdag. De winterkleding gaat aan: overjas, hoed enz. De kachel wordt van de zolder gehaald.
- 2 november: Allerzielen, de graven zijn vóór de tijd verzorgd en versiert met chrysanten. Zegening van de graven.
- 3 november: Hubertusjacht.
- 11 November: Sintermerte. De troshoop verbranden. Iedere buurt of straat had een eigen troshoop, soms wel tien of meer in een dorp. Andere kinderen trekken met een uitgeholde pompoen of mangelwortel met een kaars er in zingend langs de deur.
Verder in november: slachten van het varken en het verwerken van het vlees. Dorsen op de deel. Met het graan naar de molen voor meel. Mest uitrijden, de gierkelder leeg maken en naar het land brengen. Einde november: begin van de advent.
DECEMBER
- 6 December: St. Nicolaas.
- De adventsdagen: sobere kost. December is een rustige tijd op de boerderij. Er is tijd voor allerlei klusjes. ’S Avonds gaat men buurten, “praote”, waar de laatste nieuwtjes worden vertelt. Over de prijs van de biggen en de aardappelen. En als alles is gezegd wordt gezongen.
- 24 December ’s nachts om 12 uur de nachtmis.
- 25 december kerstmis, feest van ingetogenheid en soberheid.
- 31 december: na het avondeten: nieuwjaar aankaarten. Er zijn wafels. Om twaalf uur een borrel.
- Vorige
- Volgende >>
